Muzikaal tuinieren met Admiral Freebee

Een goeie twintig jaar is het al geleden dat Admiral Freebee voor het eerst z’n neus aan het venster stak in de Belgische muziekwereld. Tom Van Laere eindigde in 2000 tweede in Humo’s Rock Rally, en is sindsdien niet meer van de radio weg te slaan. Nu is er The Gardener, ondertussen al zijn zevende plaat. Een die hij door gekende omstandigheden moest uitstellen, maar die net daardoor geëvolueerd is tot een ware botanische tuin. “Het is goed dat ik uit mijn comfortzone getrokken werd.”

Heb je er sinds de afgelopen periode een nieuwe hobby bij? Of zit er iets meer achter de albumtitel dan groene vingers?

Tom Van Laere: “Tijdens de lockdown zat ik vast in mijn appartement, en had ik het gevoel dat waarschijnlijk iedereen toen had: zin om de natuur in te vluchten. Wat eerder moeilijk is voor mij, want ik heb geen tuin. En als ik dan al eens naar een park trok, was er altijd een tuinier in de weer, die vooral bezig was met veel lawaai te maken waardoor ik nog het liefst terug naar huis wilde. Zo besefte ik wel dat mijn songs mijn tuin zijn, en dat deze plaat maken eigenlijk een beetje was als een bonsaiboom snoeien. Ik had immers heel veel tijd om aan nummers te werken, zoals wellicht iedereen iets had om zich mee bezig te houden. Maar The Gardener kan ook een synoniem zijn voor God of voor het leven. Het staat je vrij het in te vullen zoals je zelf wil.”

Een plaat maken middenin een pandemie, hoe ging dat in z’n werk?

Van Laere: “Negen nummers lagen al voor die periode klaar om uitgebracht te worden. Die zijn effectief met een full band opgenomen in de studio. De rest van de songs zijn een soort samenraapsel van demo’s die ik tijdens de lockdown maakte. Normaal werk ik nooit met demo’s, maar nu was ik genoodzaakt dat toch te doen. Ik nam wat dingen op, en stuurde die dan door naar verschillende muzikanten, aangezien we niet konden samenkomen in de studio. Daardoor werd het een ietwat versnipperde plaat. Ik heb nog nooit met zoveel verschillende mensen opgenomen. Dat was leerrijk, want normaal neem ik gewoon graag alles live op, zonder al te veel gedoe. Ik ben wellicht van die generatie muzikanten die denkt dat ’t beter klinkt zo. Maar het is goed dat ik uit mijn comfortzone getrokken werd.”

De lijst van mensen die meehielpen aan de plaat is indrukwekkend. Jasper Maekelberg (Faces On TV), Alan Gevaert (dEUS), Simon Casier (Balthazar), en nog een hele resem anderen werkten mee. Hoe ben je bij hen terechtgekomen?

Van Laere: “Om met een quote van Oscar Wilde te smijten: ‘Mijn smaak is heel eenvoudig: ik wil enkel het beste.’ Een deel van dat bont allegaartje woont hier bij mij om de hoek. Met Jasper werkte ik al vaker samen, en ondertussen is hij ook een vriend. Met dEUS ben ik vaak op tour geweest, die mensen ken ik ook. Het zijn allemaal fantastische muzikanten, dus ik ben vereerd dat ze wilden meehelpen. Joris Caluwaerts van STUFF. is nog zo iemand van wie ik enorm sta te kijken. Naast die mensen zijn er ook nog Senne Guns, Laurens Billiet, Jo Francken en Tim Coenen met wie ik al een hele poos nauw samenwerk. Zo vergeet ik vast nog mensen die me hielpen.”

Opvallend is dat je op The Gardener meer gebruikmaakt van synths, drumcomputers en andere elektronica. Ben je het gewoon om dat te doen?

Van Laere: “Het was een beetje uit noodzaak. Een dikke twee jaar geleden kreeg ik een tenniselleboog. Ondertussen ben ik daarvan genezen, maar ik moest een tijd rusten en de gitaar even links laten liggen. In die periode stond ik wel op festivalpodia en kon ik niet anders dan me beperken tot de zang en hier en daar eens een gitaarsolo. Dat vond ik best wel fijn.”

“Ik was het even beu om altijd maar op hetzelfde instrument te tokkelen. Ik kocht wat nieuwe elektronische instrumentjes die ik overal naartoe kon nemen. Dat zorgt er dan voor dat je iets anders hoort dan je van Admiral Freebee gewoon bent. In “No Ordinary Moments” zit een soort bluesschema dat ik veel gebruik op gitaar. Maar omdat het met synths gespeeld wordt, doet het wat denken aan Radiohead. Mensen denken dat ik alleen maar naar Neil Young of Bob Dylan luister, maar ik hou ook heel veel van Pink Floyd, en dat is op deze plaat wel duidelijk. Ondertussen pak ik maar al te graag de gitaar opnieuw vast. Op “Coming Of The Light” hoor je bijvoorbeeld dat getokkel terug. Het voelde voor mij aanvankelijk een heel klein beetje aan als The War On Drugs. Op een bepaald moment begonnen veel groepen op hen te lijken, en dat vond ik wat te makkelijk. Begrijp me niet verkeerd, ik ben een superfan van die band, maar ik was die sound die veel artiesten van hen overnamen beu. Dus daarom heb ik het nummer aangepast, zodat het niet meer zo klonk.”

Die elleboog had dus een grote invloed op de plaat?

Van Laere: “Natuurlijk had die een grote invloed op de plaat, maar dat moet niet het grote verhaal van The Gardener worden. Iedereen klaagt altijd maar over een grote tegenslag, en dat ze die hebben overwonnen. Dat is iets van deze tijd, en ik vind het een beetje saai. Wat ook een grote invloed was, was het gebrek aan optredens. Ik had het er met Raymond van het Groenewoud onlangs nog over: als je weet dat er een tour aankomt, dan schrijf je songs met de gedachte ze live te spelen. Dat zorgt ervoor dat je minder ballads op een plaat zet. Op mijn nieuwste staan wel wat meer tragere nummers, maar ook nog altijd veel uptempo liedjes. Het is dan ook een lang album geworden. Eigenlijk zijn het er bijna twee ineen. Veel artiesten hanteren tien nummers op een plaat als norm. Er mag dan geen foutje opstaan en elke song moet een klassieker zijn. Ik had zin om een échte langspeler uit te brengen.”

Je lijkt ook een andere manier van zingen ontdekt te hebben? Op “Digital Blues” en “The Gardener” hoor je zelfs een vleugje autotune.

Van Laere: “Klopt, dat is omdat ik achter mijn keyboard of drumcomputer een andere houding aanneem. Sinds ik met mijn gitaar op de Meir stond, heb ik altijd rechtgestaan, en ook mijn stem meer gespannen gebruikt. Zeker toen ik nog op straat speelde, stond ik vaak wat te roepen en te zingen, om mensen te overtuigen me aandacht te geven. Met een keyboard voor mijn neus fluister ik zelfs soms en zing ik op een veel rustigere manier. Dat werkt erg goed bij dit album. Die autotune heb ik op de demo’s voor de grap gebruikt, maar (producer – red.) Jo Francken deed het heel hard aan Bon Iver denken, en hij vroeg of hij die demo’s mocht overzetten naar de uiteindelijke plaat. Nu, het is niet dat ik Kanye West achterna wil gaan, hoor.”

Na meer dan twintig jaar ben je nog altijd een vaste waarde in de Belgische muziekwereld, denk je dat je nog iets te bewijzen hebt?

Van Laere: “Daar ben ik niet echt mee bezig. Tegenover wie moet ik me bewijzen? Enkel tegenover mezelf. Ik vind dat ik er opnieuw in geslaagd ben om een plaat te maken waar heel goeie nummers op staan. “This Dream Of You” bijvoorbeeld klinkt op het eerste gehoor wat anders, maar dan denk ik dat er toch zoiets is als een echt Admiral Freebeenummer. En live kan ik het perfect spelen na “Einstein Brain”. “Rags ‘n’ Run” zou dan weer perfect op The Gardener passen. Nu dit album af is, moet ik me wellicht opnieuw bewijzen. Jan Hoet zei ooit dat kunst een monster is dat je niet kan vatten. Eigenlijk is het een raadsel dat je telkens opnieuw probeert op te lossen, en het is een geluk dat je daar juist niet in slaagt.”

Admiral Freebee staat op zaterdag 25 juni solo op het zijpodium van Live /s Live in Antwerpen.

https://www.facebook.com/AdmiralFreebee

https://www.instagram.com/admiralfreebee_official/

Reacties