En de winnaar is: Gen Z!

Tekst: Maarten Thiry

Beeld: Jens Baert

Wie van mijn generatie is, is het je ongetwijfeld ook al opgevallen. Concerten van alternatieve gitaarpop lijken gedomineerd te worden door prille veertigers.  Zowel bij dEUS, Death Cab for Cutie, als The Haunted Youth werd ik omringd door ietwat kalende leeftijdsgenoten op vlotte sneakers. Vaak worden ze vergezeld door hun wederhelften, gezellig staan ze samen hoofdknikken op de betere gitaarmuziek.  De Indie-shake noemt mijn kameraad dit: anden in de zakken, elk op zijn halve vierkante meter, be (tevergeefs?) cool.

Gen Z is ondertussen in geen velden of wegen te bespeuren op deze concerten.  Die zullen vast en zeker weer aan hun scherm gekluisterd zitten om een of andere youtuber te volgen.  Their loss, toch?! En als ze al naar een festival gaan, lijkt een passende festivaloutfit belangrijker dan het muziekaanbod.  Met weemoed denk ik dan terug aan de festivalmode in de 90’s: je oudste t-shirt en broek, combats, een plastic zak tegen de regen en vijf immodiums zodat je zeker niet naar de gevreesde dixi’s moest.

Opgegroeid met alternatieve gitaarrock is mijn visie op muziek eenvoudig: als er geen gitaar in zit, is het hoogstens ‘tof’.  Een goed verborgen popsong in een zee van knarsende gitaren is voor mij Muziek met hoofdletter M.  Bands die aankondigen gitaren te willen schrappen op hun nieuwe plaat en voor een ‘avontuurlijke’ sound gaan, worden meestal per direct uit mijn Spotify gegooid.

Een recente zaterdag heeft me echter doen inzien dat ik misschien iets te zelfzeker was over mijn zelfverklaarde superieure muzieksmaak. Op het überfijne Rock Herk brak in de avond een immense plensbui uit en kwam ik in tweestrijd: rennen naar de beschutting van de bar, of mijn heil zoeken in de dichtstbijzijnde tent waaruit weliswaar dreigende, monotone ‘boenkmuziek’ weerklonk?

Nooit heb ik het immers begrepen. Waarom zou je in godsnaam naar een danceoptreden op een festival gaan wanneer er zoveel ‘echte’ bands optreden? In mijn tijd was ik dan wel niet vies van de betere techno – Food, Fuse, Café d’Anvers,  al dan niet geholpen door de juiste roes kon je er legendarische avonden beleven – maar eerlijk,  je kan het moeilijk op hetzelfde muzikale niveau zetten van een Death Cab For Cutie toch? Ik moet die mening na mijn vlucht naar de dancetent grondig herzien.

Wat een energie! Wat een sfeer! En wat een tempo! Onafgebroken – je kreeg echt geen seconde rust – rolden de sublieme beats door de tent, lachende gezichten alom bij jong en oud.  Vergeet die indy shake,  op een pulserende plankenvloer werd gedanst in een wolk van zweet en bierlucht.  Bedoelen ze dit nu met ‘Lekker Knallen’ op TV-programma’s waarin oranje-bruine en overdadig getatoeëerde influencers en lifecoaches (werklozen anno 2023) met hagelwitte witte tanden de hoofdrol spelen? De toegevoegde waarde van live muziek lijkt grondig veranderd voor Gen Z.  Neen, het moet geen hoog Canvasgehalte hebben, en who cares of artiest X in een Berlijnse studio een cultplaat maakte met producer huppeldepup achter de knoppen.  Als het maar lekker knalt en dansbaar is.

Misschien heeft Gen Z wel beter begrepen waar live muziek echt om draait. Verstand op nul en één worden met de massa.  En volop je ervaring delen op je socials natuurlijk. Structureel geef ik me nog niet gewonnen, maar in de danstent van Rock Herk won de concertbeleving van Gen Z alvast met de vingers in de neus.  Het is met een grote opluchting dat ik dus vaststel: the kids are still alright.

Reacties